Niels van Oort
Transport Thursday: Investing in cities
In recent years, state-of-the-art public transport, including light rail, has seen strong worldwide growth. Increasing numbers of different types are emerging, both on the drawing board and on the streets. What lessons can we learn from all of these ideas and projects? Rob van der Bijl, Bert Bukman and Niels van Oort conducted research into 47 light-rail projects in the Netherlands and elsewhere and wrote a book on this entitled, ‘Investeren in de stad. Lessen uit 47 light rail projecten ‘ (‘Investing in the city. Lessons from 47 light-rail projects’). On this special Transport Thursday, they will be sharing their most important lessons and experiences (from decision-making through to operation) in achieving successful state-of-the-art public transport, a key driver in our new smart cities.
Check our presetation: Transport Thursday Van Oort 2015
Opportunities and challenges for automated vehicles (individual, public and freight transport)
Since several years many developments regarding self-driving, automated vehicles (AVs) take place. Within the coming years it is expected that automated vehicles are becoming part of our transportation system. Therefore it’s becoming more and more important for policy makers to get insights into the state-of-the-art developments around AVs, in order to foster applications of AVs which are promising from a societal point of view and to take these developments into consideration during the decision-making process.
Definition and function of automation
Automation in this study refers to the transport system including all of its components, such as vehicles, drivers, users, infrastructure, information systems and applications. The level in which the driver is still ‘in the loop’ is used in order to discriminate between the different levels of vehicle automation: driver assistance (level 1), partial automation (level 2), conditional automation (level 3) and high/full automation (level 4).
In this study, our aim is to analyze strengths, weaknesses, opportunities and threats related to different applications of automation for autonomous private vehicles, freight transport and handling, and public transport. The potential of different applications of AVs in the Zuidvleugel in this study is strictly considered from a societal perspective (demand driven), in which AVs have a societal contribution to answer challenges the Zuidvleugel will face the upcoming years. Each application of automation is analyzed based on its functional ability to contribute to more agglomeration power of the Randstad Zuidvleugel, which in turn can improve the position of the Randstad Zuidvleugel relative to other European metropolitan areas.
Conclusions
We can conclude that a variety of (developments of) applications of automation exist in the Netherlands and worldwide regarding autonomous vehicles, freight and public transportation. We see several opportunities for the Zuidvleugel to benefit from these developments. Some of them are relevant for the short term (4 years), whereas other developments need more time to may be applied.
Read more: Essay TU Delft and Presentation workshop automated vehicles
Kosten en baten van robuustheid en comfort in OV modellen
Verstoringen in het openbaar vervoer hebben een grote impact op reizigers. Zowel reizigers, overheden als politiek hechten daarom veel belang aan robuust openbaar vervoer. Ondanks dit belang was tot nu toe niet bekend wat de (maatschappelijke) kosten van verstoringen in het OV zijn. Bij mogelijke maatregelen ter verbetering van OV robuustheid zijn vaak alleen de kosten bekend, terwijl de maatschappelijke robuustheidsbaten ervan tot op heden onbekend waren.
Wij hebben een methodologie ontwikkeld waarmee we, ondersteund door OV verkeersmodellen, de maatschappelijke kosten van onrobuust OV, en de maatschappelijke baten van robuustheids–maatregelen, kunnen kwantificeren. Wij bekijken OV robuustheid vanuit een reizigersperspectief. Tot op heden wordt robuustheid door wetenschap en praktijk vaak per vervoerder, of per netwerkniveau, benaderd. Wij richten ons echter op robuustheid van multi-level OV netwerken, waarbij we alle OV netwerkniveaus, alle OV modaliteiten van alle vervoerders integraal analyseren. Door simulatie van verstoringen in een multi-level OV model kunnen we in kaart brengen in hoeverre het totale OV netwerk in staat is om, vanuit de reiziger bezien, een verstoring op een bepaald netwerkniveau op te vangen.
Een belangrijk aspect bij grote verstoringen in het OV is het gereduceerde comfort op alternatieve routes. Door een verstoring kan grote drukte ontstaan op resterende routes die in het multi-level netwerk beschikbaar zijn, wat leidt tot verminderd reiscomfort, en waarbij reizigers soms zelfs niet met het eerste voertuig meekunnen. Dit comfort- en capaciteitseffect wordt tot op heden nauwelijks meegenomen in OV verkeersmodellen. Recente ontwikkelingen in het softwarepakket OmniTRANS maken het echter mogelijk om deze effecten mee te nemen bij het modelleren van verstoringen, waardoor de maatschappelijke kosten van discomfort gekwantificeerd kunnen worden. Het niet meenemen van deze post kan leiden tot substantiële onderschattingen van de maatschappelijke kosten van verstoringen.
Onze methodologie kwantificeert, door nieuwe toepassingen van OV verkeersmodellen, naast de kosten ook de baten van mogelijke robuustheidsmaatregelen. Hiermee ondersteunt en rationaliseert onze methodologie besluitvorming van vervoerders en OV autoriteiten.
De presentatie vind je hier: Platos 2015
Short Courses in Public Transport Planning
A practical guide to strategic and operations planning, network design, economic, appraisal methods, data collection, performance measurement, market forecasting and priority for bus, tram and rail services. in association with the Delft University of Technology, Dept. Transport&Planning, Institute of Transport Studies Monash University Iand Transport Research Centre, University of Auckland.
The first succesful trainings were held 26 January to 30 January, 2015 in Delft.
Part I
A practical guide to operations planning, market forecasting and economic appraisal methods for the development of bus and tram services. Key issues addressed at this short course are: Frequency determination; Timetable development; Vehicle scheduling; Demand forecasting; Service reliability management: Financial and economic appraisal of transit route development projects: Performance measures.
Part II
A practical guide to strategic and operations planning, network design, data collection, performance measurement and priority design for bus, tram and rail services. Key issues addressed at this short course are: Strategic perspectives; Network and route design; Data collection and analysis; Interaction with land-uses; Route choice and passenger flow forecasting; Priority for on-road public transport; Operations planning and crew scheduling; Network structure analysis.
Find more information here
Nieuw boek: Investeren in de stad; lessen uit 47 light rail projecten
Dit boek is een pleidooi voor investeren in de stad door middel van hoogwaardig OV, en in het bijzonder light rail. De economische en sociale betekenis van steden is groter dan ooit, terwijl het belang van duurzame ontwikkeling in toenemende mate wordt onderkend. Stedelijke bereikbaarheid per rail of met hoogwaardig busvervoer biedt bij uitstek mogelijkheden voor de totstandkoming van succesvolle steden. Dergelijke steden zijn goed bereikbaar, hebben een hoge ruimtelijke kwaliteit en hun economie gedijt binnen optimale infrastructurele condities. Succesvol ontsloten en verbonden met hun omgeving kunnen deze steden hun sociale barrières slechten en met hun infrastructuur uitstootvrije, duurzame mobiliteit faciliteren.
In Nederland is de afgelopen jaren gewerkt aan een reeks stedelijke OV-projecten. Met wisselend succes. Veel nieuwe stedelijke railinfrastructuur is gerealiseerd, maar veel projecten zijn ook mislukt, soms zelfs na jarenlange voorbereiding. In dit boek worden 47 casussen tegen het licht gehouden, waaronder drie grote projecten in Nederland: RandstadRail in de stedelijke regio van Rotterdam en Den Haag, Uithoflijn in Utrecht en de Groningse RegioTram. Uit het slagen en falen van deze projecten zijn lessen te leren waaraan geen enkele bestuurder, politicus, ambtenaar en wetenschapper zich kan onttrekken.
Het boek ‘Investeren in de stad. Lessen uit 47 light rail projecten’ van Rob van der Bijl, Bert Bukman en Niels van Oort is een uitgave van Milete Media.
Het geïllustreerde boek telt 174 pagina’s en kost € 34,50. Het is te bestellen via robvanderbijl@gmail.com
Light rail implementation: success and failure aspects of Dutch light rail projects
Light rail has been successfully implemented in many urban regions worldwide. Although light rail has been a proven transport concept in many cities, there is much debate on the (societal) cost-benefit ratio of these systems. In addition to the success stories, several light rail projects were not that successful or even failed. In recent years, many light rail plans have been cancelled in The Netherlands, some after many years of planning and some even after the start of the tendering process or during trial operation. We want to know why this happened, so we will be able to support future design and decision making. This paper describes our research aiming at the answer to the question: what are the success and failure factors of light rail planning based on the Dutch experiences? This research has been performed as a survey, in which we investigated five projects, being light rail projects in the Netherlands (and one reference project in France) that either succeeded or failed in different project stages. The main conclusion is that several, multidisciplinary factors make a success or failure out of a light rail project. Projects do not fail just because a lack of funding, small political support or technical obstacles only. Rather than that, a combination of factors causes projects to fail. Subsequently, projects will only be successful if they are based on more than one success factor. Just a high potential ridership or political support is for instance not enough to guarantee a project to succeed.
Read the paper: TRB2015
Short term ridership prediction in public transport by processing smart card data
Public transport operators are exposed to massive data collection from their smart card systems. In the Netherlands, every passenger needs to check in and to check out, resulting in detailed information on the demand pattern. In buses and trams, checking in and checking out takes place in the vehicle, providing good information on route choice. This paper explores options for using this smart card data for analysis and performing what-if analyses by using transport planning software. This new generation of transport demand models, based on big data, is an addition to the existing range of transport demand models and approaches. The intention is to provide public transport operators with a simple (easy to build) model to perform these what-if analyses. The data is converted to passengers per line and an OD-matrix between stops. This matrix is assigned to the network to reproduce the measured passenger flows. After this step, what-if analysis becomes possible. With fixed demand, line changes can be investigated. With the introduction of an elastic demand model, changes in level of service realistically affect passenger numbers. This method was applied on a case study in The Hague. We imported the smart card data into a transport model and connected the data with the network. The tool turned out to be very valuable for the operator to gain insights into the effect of small changes.
Read the paper: TRB 2015
Robuust openbaar vervoer vanuit een reizigersperspectief
De klachten van reizigers tijdens de sneeuwproblematiek in het openbaar vervoer de afgelopen jaren, Kamervragen over het hoge uitvalpercentage van de Intercity Direct en discussies over spooronderhoud in de Schipholtunnel maken één ding duidelijk: het belang van robuust openbaar vervoer. Desondanks richten discussies over robuustheid zich alleen op de kosten van robuustheidsmaatregelen. Tot op heden wordt nauwelijks gefocust op de waarde van robuustheid: wat zijn de robuustheidsbaten van de maatregelen en wat is die robuustheid waard?
In deze paper hebben we een methodologie ontwikkeld die ons in staat stelt om de maatschappelijke waarde van robuust openbaar vervoer te bepalen, in aanvulling op reeds vastgestelde tijd- en betrouwbaarheidswaarderingen. Robuustheidsbaten van maatregelen kunnen hiermee worden gemonetariseerd, en afgewogen worden tegen de benodigde kosten. Hiermee ondersteunt deze methodologie besluitvorming aangaande de implementatie van robuustheidsmaatregelen.
In deze paper wordt robuustheid vanuit een reizigersperspectief benaderd. Op dit moment wordt robuustheid door wetenschap en praktijk vooral vanuit een mono-level perspectief benaderd: voor elk netwerkniveau en elke modaliteit apart. In dit onderzoek richten we ons echter op robuustheid van het totale multi-level openbaar vervoer netwerk, waarbij alle openbaar vervoer netwerkniveaus en alle modaliteiten (trein, metro, lightrail, tram, bus) van verschillende vervoerders integraal worden geanalyseerd. Hierdoor kan inzichtelijk worden gemaakt in welke mate netwerkniveaus een verstoring op een ander netwerkniveau kunnen opvangen, en wordt op realistische wijze inzicht verkregen in de effecten van verstoringen op reizigers.
In dit onderzoek is eerst een nieuwe methodologie ontwikkeld om de meest kwetsbare plaatsen in het multi-level netwerk te identificeren. Door zowel verstoringskansen, verstoringsduur als verstoringsimpact expliciet in beschouwing te nemen, kan vervolgens de mate van onrobuustheid van deze kwetsbare netwerkdelen worden gekwantificeerd. De ontwikkelde methodologie is succesvol toegepast op de Randstad Zuidvleugel als casestudy. De resultaten illustreren dat vanuit een reizigersperspectief ruimte is om robuustheid van openbaar vervoer netwerken te verbeteren. Met name tijdelijke lijnvoeringmaatregelen (zoals een tijdelijke frequentieverhoging op een route parallel aan een kwetsbaar netwerkdeel) en kleine infrastructurele maatregelen hebben maatschappelijk gezien potentie om robuustheid verder te verbeteren. In de casestudy wegen robuustheidsbaten van grotere infrastructurele maatregelen (zoals de aanleg van extra wissels) tijdens verstoringen niet op tegen de kosten voor reizigers en vervoerders tijdens de onverstoorde situatie.
Uit de casestudy blijkt dat het niet eenvoudig is om vooraf de waarde van verschillende maatregelen te beoordelen. Onze aanpak helpt dit proces te verbeteren en biedt robuustheid daarbij een plek in de besluitvorming.
Lees meer:
Paper Menno Yap CVS2014 of
Presentatie
Betere OV prognoses met anonieme OV-Chipkaartdata
Door de introductie van de OV-Chipkaart komen er grote hoeveelheden data over reizigersstromen in het OV beschikbaar. Naast data over de voertuigprestaties (via GOVI bijv.) hebben de inzichten uit deze reizigersdata een enorm potentieel voor de optimalisatie van het OV-product. Dit artikel verkent de mogelijkheden om, de privacy van reizigers respecterend, deze data in te zetten voor de voorspelling van nieuwe reispatronen bij aanpassingen in het netwerk en/of de dienstregeling. Het doel is om een relatief eenvoudige “What-if”-methodiek te ontwerpen, die snel en voldoende nauwkeurig reizigersprognoses kan maken. Hiermee ontstaat een nieuwe generatie verkeersmodellen.
De aanpak combineert de eenvoud en snelheid van de “sigarenkist” en de visualisatie- en rekenkracht van een verkeersmodel. We hebben de methodiek ingebed in bestaande OmniTRANS-verkeersmodelsoftware. De anonieme OV-chipkaartdata wordt toegedeeld aan het OV netwerk in het model, waardoor huidige stromen gevisualiseerd kunnen worden. Door gebruik te maken van elasticiteiten over de relatie tussen OV-kwaliteit en OV-gebruik (zowel uit de literatuur als op basis van gangbare vuistregels) kunnen eenvoudige prognoses gemaakt worden. Die dienen bijvoorbeeld om inzicht te krijgen in inkomstenderving door omleidingen of om effecten te schatten van budgettaire maatregelen.
We hebben de gepresenteerde methodiek succesvol toegepast op het tramnetwerk van HTM in Den Haag, waarmee sneller en nauwkeurige dan voorheen prognoses gemaakt kunnen worden. Voor het afwegen van scenario’s in de ontwikkeling van het railnetwerk en bij het afwegen van tijdelijke omleidingsscenario’s gebruikt HTM de aanpak inmiddels om reizigerseffecten te prognosticeren. Deze analyses helpen in het maken van betere keuzes en in het besluitvormingsproces met de OV-autoriteit Haaglanden.
Hoewel waardevol, zijn er ook een aantal beperkingen aan deze methode. De aanpak is unimodaal en door het gebruik van elasticiteiten slechts toepasbaar voor kleine veranderingen op relatief korte termijn. Nu met de OV-Chipkaartdata meer inzichten kunnen worden verkregen, raden wij aan de gehanteerde elasticiteiten te actualiseren. Gedrag van reizigers bij kleine veranderingen kan relatief eenvoudig bepaald worden nu deze data voorhanden is. De volgende stap in ons onderzoek is het koppelen van de reizigersdata aan de voertuigdata, waardoor gedetailleerdere analyses gemaakt kunnen worden van bijvoorbeeld reizigerspunctualiteit.
Lees meer:
Paper CVS2014 of Presentatie
Urban Mobility Lab in Amsterdam
Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS), het nieuwe instituut voor toegepaste stedelijke technologie en ontwerp start met drie projecten. Deze projecten gaan nog dit jaar van start; Rain Sense, Urban Pulse en Urban Mobility Lab. Deze projecten voldoen aan belangrijke criteria van AMS-projecten: er zijn partners van het instituut én inwoners van de stad betrokken, de onderzoek is nuttig voor de inwoners van Amsterdam en de projecten zijn wereldwijd gezien innovatief.
Urban Mobility Lab (olv Serge Hoogendoorn, Hans van Lint en Niels van Oort) houdt zich bezig met het begrijpen en kunnen voorspellen van verkeersstromen. In een metropool als Amsterdam is dat complex, omdat verkeer en vervoer het resultaat zijn van miljoenen kleine en grote beslissingen. Neemt u de auto, de tram of gaat u lopen? Waar gaat u wonen en werken? Op welke manier worden bedrijven bevoorraad? Waar moet dat nieuwe station komen? Alles hangt met alles samen. AMS gaat hiervoor een uniek laboratorium bouwen waarmee we dat soort vragen integraal en in samenhang kunnen onderzoeken. Met dit Urban Mobility Lab kunnen gemeente, bedrijven en bewoners straks werken aan nieuwe, schonere en betrouwbaardere mobiliteit voor iedereen.
Kijk voor meer informatie over UML op: Slides UML
Renée Hoogendoorn, directeur van AMS, is trots op deze stappen. ‘De impact van deze projecten voor de stad is groot. Wat is er mooier dan te werken aan de kwaliteit van wonen, werken en verblijven in de stad, te werken aan de lééfkwaliteit en dus te zorgen voor minder schade, minder files, minder milieuvervuiling en om te helpen dat essentiële zaken – als energie, water en voedsel – voor iedereen beschikbaar zijn? Komende tijd zullen meer projecten starten en zal ook zichtbaar worden wat AMS qua Onderwijs en Data-Platform te bieden heeft. De feitelijke start van AMS is nu gemaakt. Dat we nu dus ook een eigen locatie hebben in Amsterdam is niet alleen noodzakelijk maar ook een groot genot. Op deze interessante plek in Amsterdam kunnen we komende jaren AMS flink uitbouwen.’
Over AMS
AMS is een internationaal instituut dat vanuit een multidisciplinaire aanpak onderzoek doet naar grootstedelijke vraagstukken en hiervoor oplossingen ontwikkelt en implementeert. Bewoners van de stad worden betrokken als testers, gebruikers en co-creators van producten en ideeën die de stad leefbaarder moeten maken. Amsterdam fungeert daarmee als het ‘living lab’ van AMS. AMS is een initiatief van de academische partners TU Delft, MIT en Wageningen UR, samen met de Gemeente Amsterdam. De basis van AMS is een open platform waarbij allerlei partijen kunnen aansluiten. Het instituut werkt nu al samen met partners als Accenture, Alliander, Cisco, IBM, KPN, Shell en Waternet, Amsterdam Smart City, ESA, TNO, Waag Society, het Havenbedrijf Amsterdam en de stad Boston.