Posts in category Papers

CVS congres 2022

Op het CVS congres 2022 waren de volgende presentaties en papers vanuit het Smart Public Transport Lab:

Een onderzoeksagenda voor sociaal inclusieve mobiliteit in de Vervoerregio Amsterdam, Matthew Bruno, Niels van Oort, Suzanne Kieft: Paper en presentatie(NL) en presentation(English)

De invloed van comfort en veiligheidsgevoel op stationskeuze voor fietsers, Anne Barneveld, Raymond Huisman, Niels van Oort: Paper en presentatie

Een wijkhub voor iedereen? Inzichten in de behoefte aan hubfaciliteiten en deelmobiliteit voor verschillende bevolkingsgroepen, Jarco Vianen, Niels van Oort, Minze Walvius: Paper en presentatie

Covid impacts on train travel behaviour

Delft University of Technology and the Dutch railways (NS) started a joint, longitudinal research in April 2020 on Covid impacts on train passenger behaviour. During the pandemic, 7 surveys in different stages (15,000-45,000 participants each) were held to learn about the impacts and expectations. The main results are presented in an infographic.

Find the high resolution infographic HERE. Also available in DUTCH

Find the detailed results in these scientific papers:

Transportion research-Part A: Teleworking during COVID-19 in the Netherlands: Understanding behaviour, attitudes, and future intentions of train travellers

Bivec Transport Days: Train traveller behaviour during and after Covid: insights of a
longitudinal survey of Dutch train passengers

Transport Research Procedia: Monitoring the impact of COVID-19 on the travel behavior of train
travelers in the Netherlands

Find other output such as reports, presentations and media articles

Micromobility and public transport

Following technological and societal developments, new modes and services arrive in our cities. Micromobility solutions, such as shared (e-)bikes and –scooters, are adding new opportunities for individuals, but what their (potential) contribution is to societal objectives such as sustainability, land use and inclusiveness, is not yet known. In order to gain this knowledge and optimize the mobility mix, the Smart Public Transport Lab investigates the demand and supply impacts and interaction of micromobility, including the interaction with public transport. In this infographic the main, recent results of the ongoing research are summarized.

Find more results and details in the related papers and theses:

1. Ma et al. (2020): Bike-sharing systems’ impact on modal shift: A case study in Delft, the Netherlands

2. Van Marsbergen et al. (2022): Exploring the role of bicycle sharing programs in relation to urban transit

3. Alberts (2021): Standing e-scooters, what to expect: micro-mobility with micro effects?

4. Van Kuijk et al. (2021): Preferences for shared modes of local public transport users in the last mile

5. Limburg (2021): Potential for sustainable mode usage amongst car users in mid-sized cities

6. Montes (2021): Studying mode choice in multimodal networks including shared modes

7. Stam et al. (2021): Travellers’ preferences towards existing and emerging means of first/last mile transport: a case study for the Almere centrum railway station in the Netherlands

8. Geržinič et al. (2022): Potential of on-demand services for urban travel

9. Torabi et al. (2022): Passengers preferences for using emerging modes as first/last mile transport to and from a multimodal hub case study Delft Campus railway station

Potential of on-demand services for urban travel (Flex-OV)

On-demand mobility services are promising to revolutionise urban travel, but preliminary studies are showing that they may actually increase the total vehicle miles travelled, thereby worsening road congestion in cities. In this study, we assess the demand for on-demand mobility services in urban areas,using a stated preference survey, to understand the potential impact of introducing on-demand services on the current modal split. The survey was carried out in the Netherlands and offered respondents a choice between bike, car, public transport and on-demand services. 1,063 valid responses are analysed with a multinomial logit and a latent class choice model. By means of the latter, we uncover four distinctive groups of travellers based on the observed choice behaviour. The majority of the sample (55%) are avid cyclists and do not see on-demand mobility as an alternative for making urban trips. Two classes (27% and 9% of the sample) would potentially use on-demand services: the former is fairly timesensitive and would thus use on-demand service if they were sufficiently fast. The latter class however is highly cost-sensitive, and would therefore use on-demand mobility primarily if it is cheap. The fourth class (9%) shows very limited potential for using on-demand services.

Read the paper by Nejc Geržinič HERE

Ex-post evaluatie van mobiliteitshubs: Een kwalitatieve studie naar de factoren die het gebruik en de effecten van mobiliteitshubs beïnvloeden

Mobiliteitshubs zijn een veelbelovend concept dat steeds meer aandacht krijgt. Zo zijn er in de afgelopen twee jaar ongeveer 150 buurtmobiliteitshubs geopend in Nederland. Buurtmobiliteitshubs, een plek waar een aantal verschillende (deel)voertuigen worden aangeboden, worden gezien als een ondersteuner en versterker van deelmobiliteit. Zo kunnen deelmobiliteit en mobiliteitshubs aantrekkelijke alternatieven bieden voor privé voertuigen en bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen. Vier grote thema’s zijn hierin te onderscheiden. Meestal gaat het over een verbetering in de openbare ruimte, duurzaamheidsdoelstellingen, reductie van privéauto’s en ambities wat betreft bereikbaarheid.

Lees meer over het onderzoek van Iris van Gerrevink in haar CVS paper en CVS presentatie.

Deelvervoer in de provincie Utrecht: het potentieel gebruik in combinatie met OV.

De provincie Utrecht wil de verwachte reizigersgroei in het OV het hoofd bieden door in te zetten op meer kwaliteit voor de reiziger, duurzame en innovatieve mobiliteits-oplossingen en per gebied te kiezen voor de meest geschikte combinatie van vervoerwijzen. Hierbij past dit gebruikersonderzoek naar hoe lokaal OV (stad- en streekvervoer met bussen en trams) en deelmobiliteit in het voor- en natransport elkaar kunnen versterken. Dit sluit aan op het wetenschappelijk kennishiaat; er is helaas nog weinig bekend over het gebruik van deelvervoer in multi-modale ketens.

Lees meer over dit onderzoek van Roy van Kuijk in het CVS artikel HIER en presentatie HIER

Train traveller behaviour during and after Covid: insights of a longitudinal survey of Dutch train passengers

The pandemic had (and still has) an obvious impact on public transport (use). To gain insights into passenger behaviour during and after the pandemic, a longitudinal survey is organised with the goal to capture behaviour, attitudes and intentions related to train usage. Four surveys were held between April and December 2020, involving 23,000-47,000 passengers each. The results provide valuable, quantitative insights that help to recover and rethink public transport after the pandemic, for instance by adjusted planning, design and operations. Findings show that 30% of the passengers want to avoid the peak hour after Covid and 72% will telework more often, saving multiple trips per week. The most popular days for teleworking will be Friday and Wednesday. Related future research directions are for instance developing more flexible and demand-driven schedules and services.

Read more in the PAPER by Mark van Hagen et al. or check the PRESENTATION at the BIVEC Transport days

Podcast: Bicycle+transit mode

The bicycle+transit combination has been a growing mode for years now. It could offer the best of both worlds, if it is well designed with an integrated perspective. In this Dutch Cycling Embassy podcast with Geert Kloppenburg and Chris Bruntlet, we discuss about the opportunities and challenges regarding shared bicycle systems.

Find the podcast here:
Podcast Bicycle+Transit

Find the related references here:
Insights and overview research findings (lecture slides; Van Oort, 2020)

Shelat et al.(2017); Characteristics bicycle and transit users

Van Mil et al.(2020); Factors affecting the bicycle and transit mode

Ton et al. (2020); Factors catchment areas PT stops

Ma et al.(2020); Shared bicycle impacts on modal shift

Sustainable urban development with LRT: Lessons from Netherlands and Japan

Possibilities for the application of Light Rail Transit (LRT – light rail, tramway) as high-quality public transport in cities, urban regions are countless. Our article opens with the question about the specific characteristics of LRT. Then the question is asked which comprehensive argumentation LRT projects can justify. Finally, we examine the question of how these types of projects can be realized. Each of these three questions – What? Why? How? – is addressed on the basis of a set with two LRT main cases, respectively from the Netherlands and Japan.

Read the full article by Rob vd Bijl, Kiyohito Utsunomiya and Niels van Oort HERE

Toegang geweigerd: Digitale ongelijkheid in het slimme mobiliteitstijdperk

Digitalisering verandert onze dagelijkse mobiliteit, via bijvoorbeeld chipkaarten, digitale reisinformatie en nieuwe mobiliteitsdiensten. Digitalisering in mobiliteitsdiensten (‘slimme mobiliteit’) biedt allerlei voordelen, zoals meer gepersonaliseerde informatie, meer reisopties en kostenbesparingen voor zowel leveranciers als gebruikers. Ook zijn er mogelijkheden om het mobiliteitssysteem te vergroenen met behulp van informatie- en communicatiediensten (ICT), bijvoorbeeld door reizigers minder afhankelijk te maken van de auto. De trend richting meer ICT in de mobiliteitswerelddiensten zal waarschijnlijk doorzetten.

Niet iedereen is echter in staat om de digitale transformaties bij te houden of ermee om te gaan, zelfs in een land met een hoge (mobiele) internetpenetratiegraad, zoals Nederland. De afhankelijkheid van ICT voor mobiliteit kan uiteindelijk voor sommige mensen nadelig uitpakken waardoor ongelijkheid ontstaat of versterkt wordt. Dit kan leiden tot (meer) sociale uitsluiting. Deze bijdrage voor het CVS bekijkt op kritische en interdisciplinaire wijze de digitaliseringstrend in mobiliteitsdiensten en put daarbij uit onderzoek naar digitale ongelijkheid om licht te werpen op de mogelijke uitsluitende effecten van deze digitalisering.

Een belangrijke conclusie uit eerder onderzoek naar digitale ongelijkheid is dat fysieke toegang tot technologie zich niet noodzakelijk vertaalt in louter de positieve, gewenste, resultaten. Motivatie, de juiste apparatuur, voldoende digitale vaardigheden en frequent gebruik zijn ook cruciaal om toegang tot digitale technologie te vertalen in effectief gebruik van de technologie. Studies in Nederland tonen aan dat ouderen, mensen met een lager opleidingsniveau, mensen met een lager inkomen en – in mindere mate – vrouwen, minder profiteren van internet en digitalisering. Aangezien steeds meer diensten en routines standaard ‘digitaal’ zijn, is het belangrijk om te beoordelen in hoeverre niet-digitale alternatieven hiervoor beschikbaar zijn in termen van de benodigde middelen voor gebruikers (geld, tijd, ondersteuning, etc.).

Literatuur over de potentieel uitsluitende effecten van digitalisering in mobiliteitsdiensten en over de (gevolgen hiervan voor de) ‘slachtoffers’ hiervan is er nauwelijks. Empirische bevindingen in de Nederlandse context zijn beperkt beschikbaar en zijn soms tegenstrijdig. De theorie staat nog in de kinderschoenen. Daarom is onderzoek nodig, vanuit een beleidsmatig en sociaal perspectief alsmede met een academische blik. Hoewel onderzoek naar digitale ongelijkheid en mobiliteitsonderzoek twee verschillende gebieden lijken te zijn, laten wij zien dat deze interdisciplinaire aanpak waardevolle inzichten kan bieden voor mobiliteitsprofessionals, beleidsmakers en wetenschappers, in een tijd waarin digitalisering in mobiliteit steeds dominanter wordt.

Bekijk de presentatie en paper van Anne Durand hier: Presentatie en Paper

© 2011 TU Delft