Niels van Oort

Public transport researcher

De gevolgen van de coronacrisis op treinreisgedrag

TU Delft en NS zijn 24 april 2020 een grootschalig onderzoek naar de gevolgen van de coronacrisis op het reisgedrag gestart. Zo’n 100.000 NS-reizigers zijn hiervoor benaderd. Door de intelligente lockdown daalde het aantal treinreizigers tot ongeveer 7% ten opzichte van normaal. De onderzoeksvraag is hoe reizigers zich tijdens en na de lockdown (verwachten te) gaan gedragen. Vanuit NS zijn Valerie Severens, Menno de Bruyn en Mark van Hagen betrokken bij dit onderzoek. Bij de TU Delft zijn dat Danique Ton, Dorine Duives en Niels van Oort.

Lees hier over het onderzoek en de resultaten tot zover:

SpoorPro TV met Menno de Bruyn en Niels van Oort

Webinar ADS met Menno de Bruyn

Webinar Smart Public Transport Lab met Danique Ton

NM Magazine met Danique Ton ea

Volkskrant met Niels van Oort

Nu.nl met Niels van Oort

NOS met Niels van Oort

Start onderzoek in april

Overview Bicycle+Transit research

Public Transport and Covid-19

How did Covid-19 affect public transport worldwide? BSc graduate Gerben van der Horst developed multiple time lapses to show the measures taken worldwide from January until June:

(Partial) shutdown of public transport services time lapse
Facemasks regulations time lapse
Lockdown time lapse

Find more information, references and data acknowledgements in the full report of Gerben van der Horst: HERE

In addition, find our Smart Public Transport Lab thoughtpiece on Public Transport in and after Covid-19: HERE

An overview of Covid-19 research of the Smart Public Transport Lab is provided: HERE

Podcast: Bicycle+transit mode

The bicycle+transit combination has been a growing mode for years now. It could offer the best of both worlds, if it is well designed with an integrated perspective. In this Dutch Cycling Embassy podcast with Geert Kloppenburg and Chris Bruntlet, we discuss about the opportunities and challenges regarding shared bicycle systems.

Find the podcast here:
Podcast Bicycle+Transit

Find the related references here:
Insights and overview research findings (lecture slides; Van Oort, 2020)

Shelat et al.(2017); Characteristics bicycle and transit users

Van Mil et al.(2020); Factors affecting the bicycle and transit mode

Ton et al. (2020); Factors catchment areas PT stops

Ma et al.(2020); Shared bicycle impacts on modal shift

Sustainable urban development with LRT: Lessons from Netherlands and Japan

Possibilities for the application of Light Rail Transit (LRT – light rail, tramway) as high-quality public transport in cities, urban regions are countless. Our article opens with the question about the specific characteristics of LRT. Then the question is asked which comprehensive argumentation LRT projects can justify. Finally, we examine the question of how these types of projects can be realized. Each of these three questions – What? Why? How? – is addressed on the basis of a set with two LRT main cases, respectively from the Netherlands and Japan.

Read the full article by Rob vd Bijl, Kiyohito Utsunomiya and Niels van Oort HERE

Fietsparkeren bij stations en haltes: kansen (on)mogelijkheden (deel)fiets+ OV

De combinatie van fiets+OV is groeiende. Maar tegelijkertijd zien we ook de stallingsdruk en -problemen toenemen. Hoe kunnen we de groei blijven faciliteren en wat is de mogelijke rol van de deelfiets hierin? Tijdens het fietsparkeercongres in Utrecht deelden we onze inzichten vwb het gebruik(svoorkeuren) van de combinatie (Deel)fiets+OV.

Bekijk de presentatie HIER en de aftermovie HIER

Toegang geweigerd: Digitale ongelijkheid in het slimme mobiliteitstijdperk

Digitalisering verandert onze dagelijkse mobiliteit, via bijvoorbeeld chipkaarten, digitale reisinformatie en nieuwe mobiliteitsdiensten. Digitalisering in mobiliteitsdiensten (‘slimme mobiliteit’) biedt allerlei voordelen, zoals meer gepersonaliseerde informatie, meer reisopties en kostenbesparingen voor zowel leveranciers als gebruikers. Ook zijn er mogelijkheden om het mobiliteitssysteem te vergroenen met behulp van informatie- en communicatiediensten (ICT), bijvoorbeeld door reizigers minder afhankelijk te maken van de auto. De trend richting meer ICT in de mobiliteitswerelddiensten zal waarschijnlijk doorzetten.

Niet iedereen is echter in staat om de digitale transformaties bij te houden of ermee om te gaan, zelfs in een land met een hoge (mobiele) internetpenetratiegraad, zoals Nederland. De afhankelijkheid van ICT voor mobiliteit kan uiteindelijk voor sommige mensen nadelig uitpakken waardoor ongelijkheid ontstaat of versterkt wordt. Dit kan leiden tot (meer) sociale uitsluiting. Deze bijdrage voor het CVS bekijkt op kritische en interdisciplinaire wijze de digitaliseringstrend in mobiliteitsdiensten en put daarbij uit onderzoek naar digitale ongelijkheid om licht te werpen op de mogelijke uitsluitende effecten van deze digitalisering.

Een belangrijke conclusie uit eerder onderzoek naar digitale ongelijkheid is dat fysieke toegang tot technologie zich niet noodzakelijk vertaalt in louter de positieve, gewenste, resultaten. Motivatie, de juiste apparatuur, voldoende digitale vaardigheden en frequent gebruik zijn ook cruciaal om toegang tot digitale technologie te vertalen in effectief gebruik van de technologie. Studies in Nederland tonen aan dat ouderen, mensen met een lager opleidingsniveau, mensen met een lager inkomen en – in mindere mate – vrouwen, minder profiteren van internet en digitalisering. Aangezien steeds meer diensten en routines standaard ‘digitaal’ zijn, is het belangrijk om te beoordelen in hoeverre niet-digitale alternatieven hiervoor beschikbaar zijn in termen van de benodigde middelen voor gebruikers (geld, tijd, ondersteuning, etc.).

Literatuur over de potentieel uitsluitende effecten van digitalisering in mobiliteitsdiensten en over de (gevolgen hiervan voor de) ‘slachtoffers’ hiervan is er nauwelijks. Empirische bevindingen in de Nederlandse context zijn beperkt beschikbaar en zijn soms tegenstrijdig. De theorie staat nog in de kinderschoenen. Daarom is onderzoek nodig, vanuit een beleidsmatig en sociaal perspectief alsmede met een academische blik. Hoewel onderzoek naar digitale ongelijkheid en mobiliteitsonderzoek twee verschillende gebieden lijken te zijn, laten wij zien dat deze interdisciplinaire aanpak waardevolle inzichten kan bieden voor mobiliteitsprofessionals, beleidsmakers en wetenschappers, in een tijd waarin digitalisering in mobiliteit steeds dominanter wordt.

Bekijk de presentatie en paper van Anne Durand hier: Presentatie en Paper

Fietsen naar de tramhalte: simultane modellering van voortransport- en haltekeuze

Wereldwijd wordt er gestuurd op een toename van duurzame vervoerkeuzes voor een betere leefbaarheid en bereikbaarheid. Vooral in de steden waar de samenleving groeit en de dichtheden groter worden is een verandering in kijk op de mobiliteit noodzakelijk om de burgers tevreden te stellen. De integratie van fiets en openbaar vervoer (OV) kan hier aan bijdragen. Wanneer de fiets wordt gebruikt als voortransportmiddel wordt het invloedsgebied van het OV vergroot ten opzichte van lopen waarmee het een beter alternatief wordt voor niet-duurzame vervoermiddelen. Om de combinatie fiets en OV te vergroten zullen effectieve klantgerichte maatregelen genomen moeten worden. Hiervoor is meer inzicht nodig is de factoren die een rol spelen bij de keuzes voor voortransportmiddel en halte. Hier is tot op heden nog weinig over bekend op het stedelijk niveau. Door de keuzes in één onderzoek te combineren wordt de afweging duidelijk tussen het voortransportmiddel en de OV-reis, en kunnen de effecten op het invloedsgebied van het OV bepaald worden. Dit is gedaan op basis van data van HTM-tramreizigers in Den Haag middels een simultaan discreet keuzemodel van voortransportmiddel en halte keuze. Resultaten geven aan dat reizigers in het algemeen liever lopen dan fietsen naar de tramhalte. Daartegenover staat dat de afstand naar de tramhalte lopend 2,1 keer zwaarder weegt dan als men fietst. Dat betekent dat bij een langere afstand fietsen aantrekkelijker wordt dan wandelen. Frequente fietsers zijn meer geneigd om ook naar de tramhalte te fietsen, terwijl frequente tramreizigers juist minder vaak fietsen naar de tram. De aanwezigheid van fietsparkeervoorzieningen vergroot het invloedsgebied van een tramhalte, maar de grootste impact op het invloedsgebied van fietsers is de OV-reistijd. Verbeteringen aan het OV-systeem, zoals minder haltes en/of hogere frequenties kunnen dan ook zorgen voor een groter geaccepteerde fietsafstand (fietskeuze) tot de halte. Op basis van deze resultaten lijkt het mogelijk de fiets-OV combinatie ook op stedelijk niveau te stimuleren. Hierdoor kan duurzame mobiliteit op stedelijk niveau betere concurrentie bieden aan de auto, wat lijdt tot een aantrekkelijkere en beter leefbare stad.

Bekijk hier de presentatie en paper van Danique Ton et al.: Presentatie en Paper

OV en (deel)fiets: vriend of vijand? Inzichten in gebruik en reizigersvoorkeuren

In beleid en onderzoek is steeds meer aandacht voor duurzame vervoermiddelen, zoals de fiets en het openbaar vervoer (OV). Integratie van fiets én openbaar vervoer kan de voordelen van beide systemen combineren: De fiets zorgt voor fijnmazige ontsluiting van herkomsten en bestemmingen, is duurzaam en bevordert een gezonde leefstijl. De kwaliteit van het OV neemt de laatste jaren toe, onder andere door de introductie van hoogwaardig OV (HOV): snelle, frequente en betrouwbare bus- tram- en metrolijnen met een hoog comfortniveau. De halteafstanden van deze systemen zijn, net als bij het spoor, relatief hoog, waardoor de fiets een belangrijke rol kan spelen in de gebiedsontsluiting. Echter, op kortere afstanden zijn de fiets en het OV, naast een nuttige combinatie, ook elkaars concurrenten.

Om inzicht te krijgen in de aanvullende dan wel concurrerende rol van de fiets en OV, is onderzoek nodig over hoe de reiziger zich nu en in de toekomst beweegt. Dit inzicht helpt om een optimaal integraal fiets+OV systeem te ontwerpen en gebruik van dit systeem te stimuleren en te faciliteren. Dit paper laat de resultaten zien van vier recente TU Delft onderzoeken op dit gebied.

Resultaten van een literatuuronderzoek naar de first- en last-mile laat zien welke factoren belangrijk zijn voor modaliteitskeuze, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat mannen die bekend zijn met de omgeving vooral gebruik maken van de fiets. Onderzoek in Den Haag laat het bereik van de tramhalte zien voor de fiets. Fietsers zijn bereid tot 3 km te fietsen om bij een tramhalte in de stad te komen. Ongeveer 50% van de gebruikers fietst verder dan de dichtstbijzijnde halte als deze halte minder overstappen, betere parkeervoorziening en meer reisopties biedt. Voor het natransport is de deelfiets een relatief nieuwe optie. Onderzoek naar Mobike in Delft (dockless bikes) laat zien dat ca.19% van de deelfietsritten gebruikt wordt om van en naar het station te komen. Met name het gebruik van Mobike voor ritten naar station Delft Zuid, met beperkte andere mogelijkheden, valt op. Ook voor andere deelfietssystemen in Delft, zoals OV-fiets en Swapfiets is onderzoek gedaan naar het gebruik. Door de beschikbaarheid van deze systemen geeft 9-16% van de gebruikers aan meer gebruik van de trein te maken, tegenover 34-60% minder van de bus. Ook lopen wordt vervangen door deze nieuwe modaliteiten in 35-42% van de gevallen.

Bekijk de presentatie en paper hier: Presentatie en Paper

Understanding the Modal Shift in Response to Bike-sharing Systems in the City of Delft

The introduction of bike-sharing systems has revitalized cycling in many cities around the world. In general, the bike-sharing systems operated worldwide can be divided into two categories: docked bike-sharing and dockless bike-sharing. In the docked bike-sharing system, users have to rent bicycles from designated docking stations and then return them to the available lockers in the docking stations. The dockless bike-sharing system is designed to provide more freedom and flexibility to travellers in terms of bicycle accessibility. In contrast to docked bike-sharing, riders are free to leave bicycles in both physical and geo-fencing designated parking areas provided in public space with or without bicycle racks.

As a greener travel mode, bike-sharing is competitive in short distance travel and people who have long commuting distance are more likely to choose public transit integration with it. Previous research has shown that bike-sharing reduces car and taxi useage and increases cycling in almost every city. Bike-sharing system has been shown to reduce trip demand of public transportation including train, metro and bus.

In Delft as a student city in the Netherlands, cycling is seen as the most important mode of transport within the city. There exist three different bike-sharing schemes in operations, including OV-fiets, Mobike and Swapfiets. OV-fiets was introduced in the Netherlands in 2003 [4]. The bicycles should always be brought back to the location where the rental started. At this moment, there are almost 300 rental locations consisting of 20500 bicycles. Mobike is a dockless bike-sharing service and is more flexible than the existing docked bike-sharing alternative. Mobike extended the operations to Delft in March 2018 with a focus on the university campus. Swapfiets, launched in 2014, is a bicycle-rental system on a subscription basis, can be used for regular private trips. Now it has over 50,000 customers in 38 cities in Europe. The coexistence of different bike-sharing schemes in Delft enables this city to be a test bed for bike-sharing research.
This paper aims to understand the modal shift dynamics and the factors influence travellers’ choices in response to different bike-sharing systems by conducting a survey targeting OV-fiets users, Mobike users and Swapfiets users and private-bike users.

Find the CRB presentation and abstract of Xinwei Ma: Presentation and ABSTRACT

© 2011 TU Delft